Interview met Hendrik Prins, 1908 - 2003


 

Hendrik Prins, geboren en getogen in Nieuw Balinge en in de 86 jaar dat hij hier woont heeft hij de ontwikkeling van het veen en de landbouw meegemaakt. "Ik ben geboren in 1908 op de plaats waar nu die bomen staan, daar stond het huisje waar we woonden. Het was gebouwd van zoden en plaggen met een stro dak.

Later werd de voorkant van steen.  Toen ik ik ging trouwen hebben we dit huis gebouwd, dat was in 1933". Op de plaats waar Hendrik nu woont s een verhoging in het landschap, een zandkop aan de rand van het veen."  Voor ons huis liep het land omlaag af naar de Middenraai.  Dat land was afgegraven en toen er geen veen meer zat kwam het in gebruik voor de landbouw. Op de grond waar het veen afgegraven was voor de turf verbouwden de eerste boeren aardappels en rogge. Het waren nog maar kleine stukjes, want het grootste gedeelte was veen en daar werd de turf gestoken.

Met de "snikke" naar Hoogeveen.

De Middenraai diende voor de ontwatering en later voor het vervoer van de turf. Dwars op de Middenraai lagen "wiek'n", waarvan er nog enkele over zijn.  Het vervoer ging per schuit, een praam of bok en regelmatig voer de "snikke", een beurtschip waar je op mee kon naar Hoogeveen. De schipper bracht pakjes en soms vee naar de mensen. De snikke werd getrokken door een paard. Waar Smid woont was een laadsteiger. Nieuw Balinge was niet meer dan een streek, enkele huisjes verspreid langs het kanaal en naast de kerk waar later de kruidenierswinkel van Koekoek was liep een zandweg het veld in. Langs waar nu het munitiekamp is naar de Haar. Hieraan stonden zo'n tien huisjes, meer keten of boetes, waar de arbeiders woonden. Ze werkten in het veen of bij de eerste boeren. De mensen hadden het armoedig, het werk was zwaar en de lonen laag.  Door de grote gezinnen woonden er toch veel mensen in deze buurt. Waar nu de dam is, op de hoek van de haarweg en de Middenraai stonden zes kleine huisjes en een wat grotere woning.  Deze waren van Robertus,een boer uit Winschoten, die de gronden bezat waar de turf gestoken werd.  De ontgonnen gronden werden gebruikt voor de landbouw. De grote boerderij bij de sluis was er toen al en stamt vanaf het eind van de vorige eeuw. De Middenraai maakte een bocht waar nu Hilberink woont en liep een eind het veld in tot aan de rand van het Mantingerzand, waar Kats woont.  Alleen bij een hoge waterstand kon hier een boot laden. Bij de bocht lag een vlonder, hier kwam de "Boksloot" uit, deze diende voor de ontwatering van de gronden en het Mekelermeer. Dit gebied werd ontgonnen en in 1926 is de Boksloot verbreed en uitgegraven wat nu de Verlengde Middenraai is. Het diende ook voor een betere afwatering van Witteveen dat toen tot oritwikkeling kwam.

Turf uit Nieuw Balinge naar Amsterdam.

De sluis werd aangelegd om de waterstand te regelen, zodat er schepen door heen konden. Eerst pramen of bokken en soms tjalken die bij gunstige wind onder zeil de turf en later de aardappelen naar Hoogeveen en Meppel en de turf zelfs naar Amsterdam brachten over de Zuiderzee. De laaggelegen gronden werden afgegraven voor de turf en waar nu het staatsbos is waren hogere zandgronden, net zoals het Mantingerzand. Daar was heide, zo ver je maar kon kijken. Vanaf ons huis kon je de boerderijen in Gees zien. Op de heide liepen schapen. De mensen hier hielden schapen voor de wol en voor de lammeren en voor de mest om de grond te verbeteren.

De scheper in de kost.

De schapen werden ' s morgens opgehaald door de scheper die ermee de hei opging. Er waren kuddes van wel 300 beesten en niet alleen vanuit Nieuw Balinge, maar ook vanuit Mantinge en andere streken liepen de schapen over de hei. De scheper bracht ze 's avonds weer terug en hij had de kost bij de mensen. Hoe meer schapen men had, hoe langer men de scheper in de kost had. Door de opkomst van de kunstmest werden de schapen overbodig. Het laatste veen dat werd afgegraven was een stuk bij het Koekoeksdijkje. Daar stond een stoommachine, een " locomobiel". Dat was in ca. 1927, toen begon een crisistijd. Sommige mensen verhuisden naar gebieden waar nog volop veen gegraven werd; anderen schakelden over naar de landbouw, maar een heleboel werden via de werkverschaffing aan het werk gezet".

De eerste auto.

Men moest soms uren lopen, of fietsen om op het werk te komen. "Wegen waren er toen nog niet, alleen zandpaden. Auto's zag je nog niet, de eerste auto die ik zag was van Robertus, dat was een hele belevenis. De kinderen renden naar het pad waar het vehikel langs tufte. We noemden het een "otterdeto", het moet in 1916 geweest zijn. Later had dokter Muntendam een auto, maar dat was wel tien jaar daarna. Hij kwam van Hollandscheveld. Toen de wegen verhard werden kwamen er meer auto's. De Haarweg is in 1933 verhard en er kwamen wat meer huizen op Nieuw Balinge. Hendrik heeft zelf nog meegewerkt bij de aanleg van wegen, maar ook bij het graven en leggen van leidingen en kabels.

Zwaar werk en weinig loon.

Toen hij 65 werd ging hij met pensioen en al die tijd heeft hij gewerkt, 6 dagen in de week, van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. Slechts n keer zijn ze met vakantie geweest, een week naar het "Troelstra oord", een vakantiekamp van de bond in Beekbergen. "Ach, je had er niet zo'n behoefte aan,  je was blij als je weer thuis was".  Nee, terug naar die tijd hoeft voor Hendrik niet". Hij heeft veel veranderingen meegemaakt en weet daar gelukkig nog veel van. Het zou toch jammer zijn als deze ontwikkeling van ons dorp vergeten werd. Nieuw Balinge is nog jong, hooguit 150 jaar, daarvoor was er alleen maar moeras tussen twee zandruggen in. Vanaf die tijd de ontwikkeling meemaken van het dorp zoals het nu is kunnen maar weinig mensen navertellen. "Mijn vader kwam vanuit Avereest in 1880 hier om te werken in het veen". Hendrik Prins weet het allemaal nog heel goed en is tevreden in het mooie huisje, vlakbij de plaats waar hij geboren is in 1908. Hij heeft veel zien veranderen en ik kom vast en zeker vaker bij Hendrik Prins, want er zijn nog een heleboel zaken waar ik meer over wil weten.

Interviewer: Peter Bos