Een Verslag uit Zambia

Deze winter 2004/2005 maakte dorpsgenoot Jur H. samen met zijn reisvriendin Coosje een tocht van 16.000 km  van Kaapstad over land door Afrika en het Midden-Oosten naar Istanboel en van daar per vliegtuig naar Nederland. Hier volgt een reisimpressie uit Zambia, dat ca. 3.500 km ten noorden van Kaapstad ligt.

De bus van Lusaka, de hoofdstad van Zambia, naar Chipata aan de grens met Malawi vertrekt om 07.00 uur, maar blijkt om 06.15 uur al voor 80% vol te zitten. We hebben een dag tevoren al kaartjes gekocht, dus zijn we verzekerd van een zitplaats. Bij het instappen wil een medewerker van de busmaatschappij ZK 15.000 hebben (ZK= Zambia Kwatcha, € 1,- = ZK 5.000  voor het vervoer van onze rugzakken. Ik antwoord dat ik bij dezelfde maatschappij een dag eerder maar ZK 10.000 betaald heb, waarop de man akkoord gaat met laatstgenoemd bedrag. Ik voeg  er aan toe: “Ik de kwitantie, u het geld”. De man brengt de rugzakken achter in de bus, waarna ik om de kwitantie vraag. “Buiten”, antwoordt hij. Daarop bied ik aan: “ZK 10.000 mét kwitantie en ZK 5.000 zonder”. Buiten aangekomen, overlegt onze zwarte vriend met zijn baas, waarop we een deal sluiten voor ZK 5.000 zonder kwitantie. Zo helpen blank en zwart elkaar. Het wachten op het vertrek van de bus is allesbehalve saai.

Er gebeurt van alles. Zo komt er om 06.30 uur een keurig geklede jongeman de bus binnen met onder zijn arm een 40 cm dikke stapel geestelijke literatuur, waaronder de bijbel. Het lukt hem waarachtig om binnen 5 minuten een bijbel te verkopen. Vervolgens komt er een man binnen, gekleed met jasje en stropdas, die zich aan de passagiers voorstelt als pastor Benson van een Evangelische Zambiaanse Kerk. Hij zegt met de passagiers te willen bidden voor een veilige reis. Dit gebeurt op uitvoerige wijze, waarbij herhaaldelijk de woorden “Halleluja” en “Amen” vallen. Intussen gaat het heen en weer geloop in het gangpad gewoon door, pastor Benson trouwens ook. Hij deelt nog mee, elke ochtend op deze wijze de bus uitgeleide te doen. Na ongeveer 15 minuten beëindigt hij zijn optreden en gaat hij met een collectezak rond. Voor welk doel de ingezamelde giften bestemd zijn, werd mij niet duidelijk.

Vervolgens komt er om 06.45 uur nog een man de bus binnen die gouden horloges te koop aanbiedt. Niemand heeft echter belangstelling, waarschijnlijk omdat iedereen al voorzien is. We komen na een vlotte reis en 600 km om 15.00 uur  in Chipata aan en gaan meteen op zoek naar aansluitend vervoer naar Mfuwe, een dorpje bij het Luangwa Nationaal Park, een van de mooiste wildparken van Afrika. Er blijkt geen openbaar vervoer naar Mfuwe te zijn. De onverharde weg met talrijke gaten is te slecht voor bussen. Dit is op zich merkwaardig, want het Nationaal Park is een toeristische topattractie van Zambia, waar vader Staat veel geld aan overhoudt. Zo bedraagt de entree voor één dag  € 20,-. Vader Staat heeft, zoals in ontwikkelingslanden vaker het geval is, andere prioriteiten voor het uitgeven van geld. Liften met een vrachtwagen is de enige vervoermogelijkheid.

Een kleine open truck, geladen met suiker en andere nuttige zaken inclusief 2 nieuwe fietsen, staat tot ons geluk gereed voor vertrek. Althans, dat wordt ons gezegd. Op de lading zitten al 10 mensen, waaronder 2 moeders met baby’s en kleine kinderen. Na kort overleg besluiten we om mee te gaan, ondanks het feit dat we weten in het donker op onze bestemming te zullen aankomen. We worden echter voor de deur afgezet bij de camping waar we heen willen, wordt ons beloofd.

Dat is een hele geruststelling, want de camping ligt 1 km buiten het dorp en het is levensgevaarlijk om daar in het donker te voet heen te gaan in verband met het rondlopen van wilde dieren zoals leeuwen, luipaarden, olifanten en nijlpaarden. Na 2 uur wachten om onduidelijke redenen vertrekken we om 17.00 uur. Onderweg wordt op 3 plaatsen lading gelost, waarna we om 22.00 uur afgezet worden bij de camping. We hebben geen reservering, maar gelukkig heeft men nog een keurige dubbeldaks tent met 2 veldbedden voor ons. De vriendelijke zwarte dame van de receptie drukt ons op het hart om in het donker vooral op te letten voor wilde dieren en altijd een zaklantaarn te gebruiken. Er zijn die avond al een olifant en een nijlpaard (hippo) gesignaleerd die tussen de tenten struinden. Voor alle zekerheid loopt een wachtman met een grote zaklantaarn met ons mee naar onze tent. Dit blijkt niet voor niets, want we staan  plotseling oog in oog met een hippo, een kolossaal, tonnen zwaar beest dat op 15 m afstand  vreedzaam aan het grazen is. Afstand houden en dóórlopen, is het recept om een onverwachte ontmoeting met een hippo of olifant prettig te laten verlopen.  In geval van een ontmoeting met een leeuw of luipaard moet je je zenuwen in bedwang houden en stokstijf blijven staan. Deze dieren zijn jachtdieren (net als een hond) die je als hun prooi beschouwen wanneer je wegloopt of  nog erger, wegrent.

’s Nachts veilig in onze tent horen we in de verte het getrompetter van een olifant en vlak achter onze tent het vreedzaam grazen van een hippo, misschien wel onze hippo.