|
Een Reisverslag uit
Borneo febr.2002

Wilt u voor de afwisseling niet per
auto, bus of trein naar het vliegveld,
maar met een speedboot, ga dan naar
Belaga, in de jungle van Borneo.
Dat is daar tevens het enige
vervoermiddel om er te komen. Ik had het
voorrecht om het afgelopen februari mee
te maken.
Ook deze winter was ik weer op stap met
mijn rugzak in warmere landen dan
Nederland. Dit keer voerde mijn reis
o.a. door Sarawak, een deelstaat van
Maleisië, gelegen in het westen van
Borneo.
De dorpen in de binnenlanden daar,
liggen allen aan de rivier die tevens de
verbindingsroute vormt.
Het vervoer tussen de dorpen en de
buitenwereld vindt tegenwoordig niet
meer plaats met romantische prauwen,
maar met boten die voorzien zijn van een
moderne turbo dieselmotor en 60 km. per
uur kunnen varen.
Dat schiet dus lekker op! Op deze wijze
was ik terecht gekomen in Belaga, een
dorpje half zo groot als Nw-Balinge, en
wilde vervolgens naar Bintulu vliegen,
gelegen aan de westkust.
Ik meldde mij bij de plaatselijke
kantoorhouder van de vliegmaat-
schappij, Mohammed geheten, die tevens
de verkeersleider van het vliegveld was
en er ook nog een restaurantje op na
hield.
Ik bleek de enige passagier te zijn van
‘Malaysian Airlines’, die de vluchten
tussen Belaga en Bintulu twee maal per
week uitvoert met een 18-persoons ‘Twin
Otter’, die aangedreven wordt door twee
propeller-motoren en een cabinebreedte
van slechts 180 cm. heeft.
Samen met Mohammed stapte ik in een
4-persoons speedbootje voor een tocht
van 20 minuten over de rivier.
We legden aan bij een steil houten
trapje, verborgen achter een
overhangende boom. Na boven aangekomen
te zijn, zei Mohammed dat ik beter mijn
schoenen kon uittrekken, omdat het die
nacht flink geregend had en het water op
het pad door de jungle naar het
vliegveld, enkelhoog stond.
Na ca. 300 meter bereikten we het
vliegveld, dat uit n korte landingsbaan
van 500 meter en een houten gebouwtje
bleek te bestaan.
Dat gebouwtje, half zo groot als mijn
huisje in de Breistroeken, was
multi-functioneel: vertrekhal,
aankomsthal, wachtkamer en
verkeerstoren.
Net als voor het begin van een
bokswedstrijd, werd ik (en mijn rugzak)
nauwkeurig gewogen en Mohammed noteerde
het resultaat op een formulier. Er was
uiteraard geen vliegveldrestaurant, maar
Mohammed plukte voor mij uit een hoge
boom, een pomello, een soort grote
grapfruit.
Mijn vliegtuig moest uit Bintulu komen
en mijn opluchting was groot toen
Mohammed meedeelde dat het vliegveld
daar via de radio liet weten, dat het
toestel onderweg was, dus alleen om mij
op te halen! Dat zie ik onze eigen K.L.M.,
met respect, nog niet doen.
Ik moest zelf mijn rugzak in het
bagageruim van het vliegtuigje
deponeren, maar het is een kniesoor die
daar over valt. Er waren, zoals
gebruikelijk, twee piloten aan boord, te
weten een gezagvoerder en een eerste
piloot.
De stewardess had die dag verlof, maar
de eerste piloot gaf mij een
halve-literfles mineraalwater. Het is
het gebaar dat ‘m het doet! Na een
voor-spoedige, fraaie vlucht van 30
minuten over het oerwoud van Borneo
landde ik veilig en wel in Bintulu. En
wat kostte nu zo’n luxe vlucht met een
bijna-prive vliegtuig, zal de
geïnteresseerde lezer zich afvragen.
Welaan, ik betaalde 40 ringgit, dat is
omgerekend 12 euro (voorheen F 26,=)
En als we het nu toch over vliegen
hebben, was ik na de gebeurtenissen van
11 september 2001 niet bang om helemaal
naar Azië te vliegen?
Antwoord: niet banger dan anders. Een
simpele reden daarvoor is dat ik met
‘Royal Brunei Airlines’ naar Azie (en
terug) gevlogen ben en dit net als
‘Malaysian Airlines’ een
Moslim-maatschappij is.
De kans op een terroristische aanslag is
dus nihil. Daar komt nog een
interessante bijzonderheid bij. Bij
‘Brunei Airlines’ (Brunei is een
schatrijk oliestaatje op Borneo) is het
gebruikelijk dat voor elke start beleefd
de aandacht van de passagiers gevraagd
wordt voor het zogeheten reisgebed.
Op de protjectieschermen in de
vlieg-tuigcabine , die bestemd zijn om
films te vertonen, wordt tegen de
achtergrond van een minaret en een zon
de tekst van dit gebed geprojecteerd in
het Arabisch, het Maleis en het Engels.
Een welluidende mannenstem spreekt het
gebed, dat gericht is tot Allah, in het
Arabisch uit.
Allah wordt o.a. gesmeekt om een
voorspoedige reis, correct gedrag
tijdens de reis en om zegen voor de
familieleden die achtergebleven zijn.
Naar mijn mening kan ook een niet-moslim
zich volledig in deze voor mij
indrukwekkende tekst vinden.
Overigens ken ik geen enkele andere
vliegmaatschappij die het gebruik kent
van dit reisgebed, dat een ‘standaard’
gebed in de moslimwereld is.
Ik ben overigens blij dat ik begin maart
weer heelhuids in Drenthe ‘geland’ ben.
“Oost, West, Thuis in Nw-Balinge Best”
is mijn leus!
Jur H.
|