|
Een
Nieuw Balinger reist van Iran naar Pakistan
Dorpsgenoot Jur H. reist met reisvriendin Coosje en zijn rugzak per
openbaar vervoer van Turkije door Iran en Pakistan naar India. Hier
volgt zijn tweede artikel dat gaat over zijn belevenissen tijdens
reis van Iran naar Pakistan.

De Taj Mahal in India, een van de mooiste
gebouwen ter wereld.
Het gebied aan beide zijden van de grens tussen Iran en Pakistan is
woestijn en heet Baluchistan. Er is nog een derde overeenkomst en
dat is: wetteloosheid. De centrale regeringen van beide landen
hebben deze gebieden niet onder controle, iets dat wij ons als
Nederlanders niet kunnen voorstellen. Het is een onherbergzaam
gebied met volksstammen van nomaden, bij wie de hoofdman nog recht
spreekt. Het gezag van de regeringen eindigt op 10 meter van de weg.
Letterlijk. Ideale omstandigheden voor b.v. smokkel van drugs van
Pakistan naar Iran en van spotgoedkope benzine in omgekeerde
richting. In de eerste 7 maanden van 2006 heeft het Iranese leger in
gewapende confrontaties met bendes niet minder dan 210 t drugs
onderschept. Daarbij kwamen 129 bendeleden om het leven. Een
gevaarlijk gebied dus. Wat merk je daar als reiziger nu van?
Toen we in Zahedan, gelegen op 100 km van de grens, een hotel
betrokken, meldde de receptionist meteen aan de politie dat hij 2
buitenlanders in huis had. Hij deelde daarmee zijn
verantwoordelijkheid voor ons. De volgende dag wilden we naar het
plein gaan waar vandaan de taxi’s en minibusjes naar de grens met
Pakistan vertrekken, om te verkennen hoe het een en ander verliep.
“Veel te gevaarlijk om daarheen te lopen”, zei een man in het hotel.
Zeg maar waar je heen wilt gaan, dan bel ik de politie. Die brengt
je er veilig heen (en terug). Zonder kosten. “Bluf”, dacht ik, maar
wie schetst mijn verbazing toen na 10 minuten er inderdaad een
politiewagen voor de deur van het hotel stopte met 4 wakkere
politiemannen: een chauffeur, een officier met een mobieltje in de
aanslag en op de achterbank 2 mannen elk met een Kalasjnikov-geweer
in de hand. We namen plaats tussen deze gewapende beschermengelen –
het zat wel wat krap- en werden naar het bedoelde plein gereden.
Daar bleek dat het personenverkeer tussen Iran en Pakistan vrijwel
ingezakt was, want er waren geen minibusjes en geen verzameltaxi’s,
alleen gewone taxi’s. De sfeer was enigszins unheimisch in die zin
dat alles mogelijk leek. Niet doen dus. De politie bracht ons veilig
terug naar het hotel en een van hen die Engels sprak, bemiddelde bij
de receptionist dat de volgende dag om 07:00 uur een taxi ons van
het hotel zou ophalen en rechtstreeks naar de grens brengen. Zeer
zorgzame Iranese politie. Dank en hulde! De taxirit naar de grens
werd bij vertrek wel bij een kiosk geregistreerd, met onze namen,
hetgeen onderweg nog een paar keer gebeurde. Je bent immers in
Baluchistan zoek voordat je het weet.
De grensovergang van Iran naar Pakistan verliep vlot. Het duurde 2
minuten bij de Iranese paspoortcontrole en de douane hebben we
helemaal niet gezien. De Iranese grensautoriteiten huizen in een
fraai, nieuw gebouw met veel natuursteen. Dit in tegenstelling tot
hun Pakistaanse collega’s die het met een stenen hut moeten stellen.
Er stonden daar 25 mensen buiten in de rij te wachten op
paspoortcontrole. Wij sloten zoals het behoort, achter in de rij
aan. Toen de Pakistaanse portier ons buitenlanders in de gaten
kreeg, discrimineerde hij ons positief en liet ons voorgaan. Het is
uiteraard niet beleefd om dit te weigeren. Bij de douane hadden de
ambtenaren geen belangstelling voor de inhoud van onze rugzakken,
maar als buitenlanders moesten we ons presenteren bij de commandant,
een lijvige Pakistaanse autoriteit met grote snor en pet, gezeten
achter een groot bureau met daarop 2 Pakistaanse vlaggetjes, een
opvallende telefoon en enige andere, voor de uitoefening van zijn
functie noodzakelijke attributen. Zo weggelopen uit een film. Het
enige dat hij deed, was het noteren van onze namen enz. in een groot
boek, waarna wij onze handtekening moesten zetten.
Buiten aangekomen, het was intussen 10:30 uur, stond tot onze
vreugde de bus naar Quetta al op ons te wachten. “We vertrekken om
11:30 uur”, verzekerde ons de chauffeur en dat deden we ook. Alleen,
we reden slechts 5 minuten om te stoppen bij het kantoortje van de
busmaatschappij in het dorp. Daar aangekomen, kregen we te horen dat
de bus pas om 17:00 uur zou verder rijden en we werden verzocht om
uit te stappen. Buitenlandse gasten hebben altijd een streepje voor,
“dus” werden we om 15:00 uur door 2 medewerkers uitgenodigd met hen
in het kantoortje de maaltijd te gebruiken. Discreet achter een
gordijn en zittend op de grond waarop een laken was gespreid. Geen
bestek, eten met de hand. ‘s Lands wijs, ’s lands eer. Voorbeeldige
gastvrijheid.
De bus vertrok “op tijd” en was afgeladen, niet alleen met
passagiers die zelfs in het middenpad op de grond zaten, maar ook
met vracht op het dak. Om ca. 17:30 uur, de zon was net nog niet
onder, stopte de bus om alle gelovigen, dat waren dus alle
passagiers minus reisvriendin Coosje en ik, gelegenheid te geven
voor het avondgebed. Bidkleedjes werden op het zand uitgespreid en
alle hoofden naar Mekka gericht. Indrukwekkend.
De weg was recentelijk geheel geasfalteerd en zonder gaten, zodat we
er zelfs in slaagden om wat te slapen. Dit ondanks de omstandigheid
dat gedurende de hele rit Pakistaanse muziek ten gehore werd
gebracht. De muziek was op zich welluidend, maar nogal luid. Coosje
meende dat dit laatste met opzet gebeurde, omdat ze het achterin in
de bus tenslotte ook moesten kunnen horen.
Om 04:30 uur kwamen we in het donker in Quetta aan na een rit van
11,5 uur met slechts 1 stop. Vóór een busreis moet je dus niet te
veel drinken, maar dat wisten we. Alle passagiers stapten uit, maar
we moesten als enigen blijven zitten. We kregen elk een deken tegen
de kou en de chauffeur gaf ons opdracht te gaan slapen. Zelf kroop
hij en de bijrijder ook onder een deken voor een tukje. Licht in de
bus uit en geen muziek meer. Heerlijk rustig. De reden werd ons niet
meegedeeld, maar we hadden vertrouwen omdat ze ons steeds zeer
voorkómend behandeld hadden. Toen het licht geworden was, om 07:00
uur, werd reveille geblazen en mochten we de bus uit. Het bleek dus
zuiver een veiligheidsmaatregel geweest te zijn. Ze wilden ons niet
in het holst van de nacht Quetta insturen, ook niet met een taxi.
Tenslotte kom je ’s nachts ook niet gemakkelijk een hotelletje
binnen. Hulde voor de busmaatschappij!
We hadden een luxe hoekkamer met uitzicht op het oosten en zuiden.
Bovendien een gaskachel die functioneerde. Dat was wel nodig, want
buiten werd het overdag niet warmer dan 8 graden. We hadden zelfs
een koelkast op de kamer, compleet met snoer en stekker. Alleen was
er geen stopcontact in de buurt. Coosje meende dat zoiets niets
afdoet aan het gevoel van luxe.
In de loop van de volgende dag bezoeken we een theehuis. Een
jongeman vraagt ons, wat we in Pakistan doen, want “we zijn toch
allemaal terroristen?”. Twee andere jonge mannen verkondigen ons dat
“Pakistan een slecht land is, omdat er geen recht is en dat was er
wél in de Engelse (koloniale) tijd”. Tijdens ons verblijf in
Pakistan werden we verscheidene keren gevraagd: ”Hoe voelt u zich in
Pakistan?” en dan wisten we wel wat men bedoelde. Net als in Iran
hebben de mensen hier een negatief zelfbeeld van hun land. Daar komt
nog bij dat het hockeyteam van Pakistan al jaren in een dip zit, dus
er valt weinig te vieren.
We reizen met de trein van Quetta naar Karachi, een stad met 10
miljoen inwoners. Hoewel er per dag slechts 10 treinen uit Quetta
vertrekken, zet onze trein zich met 45 minuten vertraging moeizaam
in beweging. We reizen 1e klas slaapwagen d.i. een coupé
met 4 slaapbanken, waarvan 2 opklapbaar. Geen verstrekking van
beddengoed, maar we hebben onze slaapzakken. Wanneer de conducteur
komt en Coosje hem beleefd vraagt om haar opklapbed te willen
vastzetten omdat het wiebelt, antwoordt de man vriendelijk: “Dit is
Pakistan” zonder iets te ondernemen. Het is tekenend voor het land.
De trein schommelt permanent en elk ogenblik denk ik dat hij uit de
rails vliegt. De rails liggen gewoon niet goed d.w.z. horizontaal en
recht. We arriveren in Karachi met 3 uur vertraging, waarmee de
treinreis in totaal 23 uur geduurd heeft. Meer spoorgenoegen voor
hetzelfde geld, denk ik.

Mijn favoriete
eetstalletje in Peshawar (Pakistan).
|