Een Nieuw Balinger in Iran 

Dorpsgenoot Jur H. heeft van oktober tot februari jl. een reis gemaakt van Istanboel (Turkije) over land door Iran en Pakistan naar India (Delhi). Hij deed dit in gezelschap van zijn reisvriendin Coosje. Gereisd werd per openbaar vervoer, meestal de bus en een enkele keer de trein. Dit artikel, het eerste van twee, gaat over zijn ervaringen in Iran.

De berg Ararat in Oost-Turkije bij de grens met Iran. Hier strandde indertijd de ark van Noach

Twee Turkse mannen glimlachen breed als Coosje en ik over straat naar het busje lopen dat ons naar de Turks-Iranese grens zal brengen. Geen wonder. Coosje is gehuld in een manto, d.i. een fantasieloze bruine jas tot op haar enkels, en een jehab (spreek uit: djiehaab), d.i. een zwarte hoofddoek. De Iranese wet schrijft dit voor. Het feit dat ze in deze tooi een rugzak draagt, werkt inderdaad op de lachspieren. Het is Iranese poppenkast, maar je moet het meespelen.

De grensovergang naar het gevreesde Iran kan niet vlotter. Na slechts 5 minuten wachten zet de grensbeambte een stempel in ons paspoort zonder ergens naar te kijken of te vragen en de douaneman wuift ons vriendelijk toe dat we zonder controle kunnen doorlopen. Grote portretten van wijlen Ayatollah Khomeini en zijn opvolger, de huidige Ayatollah Khamenei, sieren het grensgebouw met daaronder de tekst: “Welcome to Iran!” Het begin is goed.

Na 30 minuten hebben we echter al onze eerste strubbeling. Een taxi zou ons voor RR 10.000 (RR = rials) naar de grensplaats Maku brengen, waar we de bus naar Tabriz zouden nemen. Na 500 m rijden zwaait de chauffeur plotseling met een briefje van RR 20.000 en zegt dat hij voor de rit het dubbele bedrag wil hebben. Over zoiets valt niet te discussiëren. Gewoon uitstappen en een andere taxi nemen. Die laat niet lang op zich wachten. Het is een verzameltaxi die ook andere passagiers meeneemt (vergelijkbaar met onze treintaxi). Voor RR 5.000 (!) arriveren bij het busstation van Maku. “De eerste bus naar Tabriz vertrekt pas over 4 uur”, zegt de man bij het kaartjesloket. Dat moet sneller kunnen, denk ik op grond van ervaring, gewoon even rondlopen en je wordt vanzelf door een behulpzaam persoon aangesproken met de vraag, waar je heen wilt. En zo gebeurt het ook. Een tweede man wijst op een bus die gereed staat voor vertrek. Zegt de eerste man: “Overstappen, probleem!” Ik volg mijn intuïtie en we doen het toch. We worden na 2 uur rijden bij een kruispunt afgezet. Dit punt is klaarblijkelijk van strategisch belang, want er staan heel wat militairen om het verkeer te controleren. Soldaten met Khalasjnikov-geweren in de aanslag zorgen er voor dat niemand een stopteken negeert. Een soldaat controleert de lading zakken op een vrachtwagen door er diverse keren met een 3 meter lange priem in te steken. De Ayatollah vertrouwt klaarblijkelijk zijn landgenoten niet helemaal.

Al na 15 minuten wachten komt de bus langs, richting Tabriz. In beide bussen krijgen we tot onze aangename verrassing als enige passagiers een kop thee aangeboden. Iranese royal class service voor buitenlandse gasten!

De volgende dag lopen we in Tabriz op straat en kijken we of er bij een krantenkiosk Engelstalige kranten te koop zijn. We worden aangesproken door een Iraniër die ons na 2 inleidende zinnen de indringende vragen stelt: “Waarom besteedt u uw geld in DIT land?” en “Wat doet u HIER?” Het blijkt een tandarts te zijn op weg naar zijn praktijk en het een en ander op zijn hart heeft. We worden uitgenodigd om mee te gaan. Het is 09:45 uur als we bij zijn praktijk arriveren. Assistente Anna brengt thee en onze eerste Iranese vriend steekt van wal: ” Iran is vergelijkbaar met Noord-Korea en Soedan. De machthebbers blijven zitten, de economie stagneert en de bevolking heeft het arm. Er is geen vrijheid, vooral geen vrijheid van meningsuiting. Het nucleaire ontwikkelingsprogramma van Iran is vreedzaam, zeggen de Ayatollahs, maar we weten dat ze liegen. De geestelijkheid steunt de Taliban”. Intussen komt een patiënt de spreekkamer binnen, wij kunnen blijven zitten. De tandarts boort, maar vult niet. Na de behandeling spoelt Anna de gebruikte instrumenten zorgvuldig onder de kraan af en de tandarts vervolgt feilloos zijn verhaal op het punt waar hij het onderbroken heeft. “Hoop op een betere toekomst hebben de Iraniërs niet. Er is geldgebrek voor alles. Nergens zie je een bouwproject, wél gebouwen die niet afgebouwd zijn. Er zijn weinig eethuisjes en dan nog van de allereenvoudigste soort: kebab met brood of rijst is het enige dat op het menu staat. De bevolking lijdt een marginaal bestaan. De Ayatollahs hebben in wezen hetzelfde probleem als Fidel Castro op Cuba, Ho Chi Minh in Vietnam enz. hadden, namelijk wat te doen NA de revolutie. Daarop heeft ook Iran, na de revolutie in 1978, nog steeds geen antwoord gevonden”

De bevolking ondergaat het allemaal lijdzaam, hoewel….. De meerderheid van de oudere vrouwen en enige jongere dragen een chador, d.i. een groot zwart laken dat over het hoofd en lichaam gedrapeerd is. Geen knopen of veiligheidspelden. Daardoor is het een onhandig kledingstuk. Met beide handen wordt de chador regelmatig rechtgetrokken. Dat ding zit nooit goed. Bijpassende kleding is een zwarte pantalon, zwarte kousen en zwarte schoenen. Enige jongere vrouwen, zeg tussen 25 en 40 jaar, dragen net als Coosje een manto en een zwarte jehab. Soms wordt een gekleurde jehab gedragen die heel soms op z’n Hollands met een knoop onder de kin wordt vastgemaakt. Een vorm van nieuwlichterij. De bedoeling van het dragen van een jehab is dat van het hoofdhaar niets te zien valt. Volgens de Ayatollahs zouden mannen anders op verkeerde gedachten kunnen komen. Tienermeisjes wagen het echter vaak om de hoofddoek half op het hoofd te dragen, zodat een pluk mooi zwart haar (is dit ook een verkeerde gedachte?) boven het voorhoofd zichtbaar wordt. Dit wordt getolereerd, hoewel de Ayatollahs dit als gif uit het Westen bestempelen. Een zeldzame tiener waagt zich in spijkerbroek met een gekleurd jack tot op de dijen plus een gekleurde hoofddoek half op het hoofd. Ook een meisje gezien met een elastische hoofdband onder haar jehab met de tekst: “Have a nice day, waiting for a smile” (“Een prettige dag gewenst, ik wacht op een glimlach”). Schitterend! Een dergelijk meisje is voorbestemd om hoofdredactrice te worden van het nog op te richten Iranese feministisch tijdschrift “Opzij”. Dit alles is een protesthouding tegen het regiem, zoals een Iranese studente mij desgevraagd bevestigde.

Coosje draagt, zoals het betaamt, buiten de hotelkamer altijd haar manto plus hejab. Dus ook b.v. in het restaurant bij het ontbijt. De Sjah heeft indertijd de chador bij wet verboden omdat hij net als Atatürk in het begin van de 20e eeuw met Turkije gedaan heeft, van Iran een modern, op het Westen georiënteerd land wilde maken. Na de revolutie in 1978 heeft Ayatollah Khomeini de Islamitische kledingvoorschriften weer ingevoerd. Atatürk was de man die in Turkije het Arabische door het Westerse schrift verving. Geen kleinigheid.

We vermaken ons in de hoofdstad Teheran, een stad van 14 miljoen inwoners, prima. Er zijn veel mooie paleizen, o.a. van de Sjah en Farah Dibah, en musea te bewonderen. Het openbaar vervoer is uitstekend geregeld en vrijwel gratis. De metro is uiteraard een kopie van de Parijse metro, maar dan wel met uitsluitend natuurstenen vloeren en muren. Een kaartje kost 6 eurocent, een buskaartje slechts 2 cent. Ja, zo komt Willem Splinter door de winter.

Coosje stapt steevast achter in de bus in en ik voorin. Dit betekent niet dat we ruzie hebben, maar dit is voorschrift. Vrouwen achterin en mannen voorin. Niet andersom, want dan zitten de mannen toch nog naar de vrouwen te kijken. En dat vindt de Ayatollah niet goed. Bij de metro hebben de vrouwen de keus tussen het gaan zitten in het voorste rijtuig “For women only” (“alleen voor vrouwen”) dan wel in te stappen in een van de overige rijtuigen en dan gezellig tussen de mannen te zitten. De meeste vrouwen kiezen toch voor het vrouwenrijtuig.

Ook Coosje draagt haar jehab intussen half op haar hoofd. Dat past beter in het straatbeeld en zelf ziet ze er ook beter uit. Gisteren zei ze tot mijn verbazing dat haar manto een goede koop was. “Hij zit zo prettig!”. Jullie lezen het goed, het is niet allemaal kommer en kwel in Iran. Het is er zelfs soms goed toeven.

Muurschildering op de voormalige Amerikaanse ambassade in Teheran (hoofdstad van Iran).