Een Nieuw Balinger in Papoea Nieuw-Guinea

Afgelopen winter heeft dorpsgenoot Jur Huizenga samen met zijn reisvriendin Coosje een reis van 3 maanden gemaakt door Australië en Papoea Nieuw-Guinea. Aansluitend is hij in z’n eentje nog een maand in India geweest. Voor de lezers van KONTAKT doet hij verslag van zijn ervaringen. Onderstaand de derde aflevering die gaat over Papoea Nieuw-Guinea.

Waar ligt Papoea Nieuw-Guinea (PNG) eigenlijk? Het eiland ligt vlak ten noorden van Australië en bestaat uit 2 delen. Het westelijk deel is het voormalig Nederlands Nieuw-Guinea dat nu bij Indonesië behoort, het oostelijk deel is: ”De Onafhankelijke Staat Papoea Nieuw-Guinea”, zoals het land officieel heet. Vóór 1975 was het een protectoraat van Australië.

”Wantok” , zegen én vloek

In PNG wonen meer als 800 volksstammen met elk een eigen taal. Het maatschappelijk leven wordt beheerst door het begrip ”wantok” (= one talk). Iedereen die de taal van je volksstam spreekt, is je wantok. Wantok houdt in dat je geboren wordt met rechten en plichten. Binnen een volksstam heeft iedereen recht op voeding en huisvesting tot het moment dat daar zelf voor kan worden gezorgd. Aan de andere kant heeft iedereen de plicht om deze zorg te bieden. Het is ook nog vandaag de dag geen optie om je daar aan te onttrekken. Op zich een prachtig systeem van sociale zekerheid. Je helpt in de eerste plaats je familieleden en dan je volksstam.

Dat vind je terug in de politiek. In het nationale parlement dat 109 leden telt waaronder één vrouw, zijn niet minder dan 45 politieke partijen vertegenwoordigd. Regelmatig stemmen leden van de coalitiepartijen met de oppositie mee wanneer dit in het belang van hun volksstam is. Het parlement bestaat dus in wezen uit 109 losse volksvertegenwoordigers en er is zodoende geen sprake van een stabiel politiek systeem. Ministers en topambtenaren beschouwen hun baan als een uitgelezen mogelijkheid om hun familie en volksstam te bevoordelen. Vriendjespolitiek en corruptie zijn aan de orde van de dag. Dat wordt niet door iedereen als slecht ervaren, je moet immers in de eerste plaats voor je wantok zorgen en daarvoor is corruptie een goede methode. Naar schatting gaat zodoende 1/3 van het regeringsbudget verloren aan corruptie, eenzelfde deel aan het veel te grote ambtenarenapparaat dat weinig presteert. Blijft 1/3 over voor de gewone uitgaven en projecten die vaak slecht worden voorbereid en daardoor even vaak mislukken. Wantok is al met al een zegen én een vloek voor het land.

Toenemende criminaliteit

Het is tegen deze achtergrond niet verwonderlijk dat PNG omvangrijke sociaal-economische problemen kent die o.a. bestaan uit criminaliteit en openbare orde problemen, die als maar groter worden. In heel PNG valt er geen etalageruit te bekennen. Alles is dichtgetimmerd met multiplex al dan niet versterkt met tralies. Soms is er b.v. bij elektronicawinkels bovendien dag-en-nacht hondenbewaking met 2 begeleiders op het trottoir vóór de winkel.

Supermarkten hebben standaard 4 bewakers, 2 bij de ingang en 2 bij de uitgang. Alle met stokken bewapend. Bij het verlaten van de winkel worden de boodschappen aan de hand van de kassabon gecontroleerd. Soms vindt er lijfelijke visitatie plaats. Ook in de supermarkt zelf lopen bewakers rond om er op toe te zien dat klanten niets onder hun kleding verstoppen. Alle hotels hebben rondom de klok bewaking. Hetzelfde geldt voor bedrijfspanden en dure huizen. ’s Morgens en ’s avonds om 7 uur zie je vrachtwagens met zijbanken door de steden rijden voor het aflossen van de wacht.

Het is niet verantwoord om in je eentje in het donker over straat te lopen. Onze avondmaaltijd liep een keer wat uit en het was al donker toen we de rekening betaalden. Zonder daar om te hoeven vragen, kregen we 2 bewakers met stokken mee die ons veilig naar ons hotelletje begeleidden.

De gevangenis van Mount Hagen kreeg een nieuwe directeur. Tijdens de overdrachtsceremonie deelde hij mede zich tot doel gesteld te hebben om in 2009 het aantal ontsnappingen tot nul terug te brengen. Verder kondigde hij aan een eind te zullen maken aan het in- en uitlopen van bezoekers ’s nachts en aan het vragen/aannemen van steekpenningen.

De ambassadeur van Nieuw-Zeeland was met een paar vrienden aan het golfen op de golfbaan van Port Moresby, de hoofdstad van PNG. Zij werden op de baan beroofd door een bende van 8 man die met vuurwapens en kapmessen bewapend was. Even later kwam één van de boeven terug om nog de dure zonnebril van de ambassadeur op te halen. Het was de tweede roofoverval op de ambassadeur binnen enkele jaren.

Stammenoorlogen in PNG

De volksstammen in de hooglanden van PNG staan regelmatig op voet van oorlog met elkaar. Dat is nooit anders geweest. Het woord ”oorlog” dient daarbij letterlijk opgevat te worden. De aanleiding is b.v. een moord, een geschil over een varken of eigendomsrechten van grond. Oorlog wordt hier netjes volgens traditie en keurige afspraken gevoerd. Geen sluipschutters of andere achterbakse strijdmethoden. Soms gaan 2 volksstammen een strijdveld maken door samen een stuk oerwoud te kappen en wordt er een datum plus tijdstip afgesproken wanneer de ontmoeting zal plaatsvinden. Wanneer het begint te regenen, wordt de strijd onderbroken. De strijd is dus fair. Twee dagen na ons vertrek uit Goroka ontmoetten vechtersbazen van 2 volksstammen elkaar volgens afspraak in de hoofdstraat van deze plaats om een onderling geschil te beslechten. Ze gingen elkaar te lijf met stenen, stokken en kapmessen (lengte 65 – 70 cm). Er werd niet geschoten. Pijl en bogen die op het trottoir voor toeristen te koop stonden, werden weggegrist en voor de goede zaak ingezet. De strijd duurde een uur en er vielen doden en gewonden. De politie in het bureau in dezelfde straat was verstandig en bleef veilig binnen. Dergelijke vechtpartijen zijn schering en inslag. Een staat van oorlog kan jaren duren zonder dat er dagelijks of wekelijks daadwerkelijk gevochten wordt. Is formeel tot vrede besloten, dan wordt een schadevergoeding betaald voor de gebeurtenis die aanleiding tot de oorlog was. Meestal wisselen een paar varkens en een geldbedrag ter waarde van b.v. € 3000 van eigenaar.

Een voordelige aankoop

In Wewak moesten we een binnenlandse vlucht herbevestigen. Omdat ons hotelletje op een heuvel lag en Coosje niet van bergopwaarts wandelen houdt, spraken we af dat zij rechtstreeks naar het kantoortje van de vliegmaatschappij zou gaan en ik eerst de vliegtickets zou ophalen. En wat gebeurt er, wanneer een vrouw met een credit card alleen door de hoofdstraat loopt? Precies, ze gaat shoppen! Nadat we de vlucht hadden herbevestigd, zei Coosje dat ze een aardige winkel ontdekt had met goede, goedkope kleding. Daar zouden ook overhemden voor mij bij zijn. Wij er heen. Het bleek een winkel te zijn met tweedehands kleding uit Australië oftewel ”kleding voor de derde wereld”. Een winkel ter grootte van een zaal. Alles netjes op rekken gesorteerd. Na 5 minuten grabbelen haalde Coosje een mooie, zalmkleurige blouse in haar maat van de stang en ik na 10 minuten 3 zo goed als nieuwe overhemden van bekende merken. En dat kostte mij slechts 65 eurocent per stuk! Ja, zo komt Jan Splinter door de winter.

Zeg ik later tegen Coosje, dat ik mijn vrienden tijdig zal waarschuwen, wanneer ik weer op reis ga. Dan kunnen ze hun overtollige overhemden in de Humana kledingbox deponeren. Antwoordt ze, dat zij die ook rechtstreeks aan mij kunnen geven. Kijk, zo is dat nu in het leven: vrouwen zijn praktischer dan mannen.

Dit was het laatste verhaal over de winterreis 2008-2009 van Jur. Bij leven en welzijn: tot volgend jaar.