|
Een
Nieuw Balinger
in de
Stille
Zuidzee

Afgelopen
winter
2007-2008
heeft
dorpsgenoot
Jur
Huizenga
samen
met zijn
reisvriendin
Coosje
een reis
van 2
maanden
door de
Stille
Zuidzee
gemaakt.
Aansluitend
heeft
hij in
z'n
eentje
nog 3
maanden
door
India
getoerd.
Voor de
lezers
van
KONTAKT
doet hij
in 4
delen
verslag
van zijn
ervaringen.
Deel 1
gaat
over
zijn
bezoek
aan
Fiji.
Twintig
jaar
geleden
wilde ik
al naar
Fiji
(spreek
uit:
fiedjie).
Waarom?
Het
klinkt
zo
exotisch,
zo
paradijselijk.
Geen
enkele
andere
reden.
Fiji
bestaat
uit een
eilandengroep
met
800.000
inwoners,
is een
zelfstandige
republiek
en ligt
ten
oosten
van
Noord-Australië,
precies
aan de
andere
kant van
de
wereld.
Er is
een
tijdsverschil
van 11
uur met
Nederland.
Fiji is
lid van
de
Commonwealth,
een
samenwerkingsverband
van
voormalige
Engelse
koloniën
met de
koningin
van
Engeland
aan het
hoofd.
Coosje
en ik
reisden
met de
Eurolines-bus
van
Amsterdam
via de
veerboot
Calais -
Dover
naar
Londen
en
stapten
daar op
een
vliegtuig
van
British
Airways
dat ons
in 11
uur
vliegen
non-stop
naar Los
Angeles
aan de
Amerikaanse
westkust
bracht.
Daar
stapten
we over
op een
toestel
van Air
Pacific
dat in
11
1
/2
uur
non-stop
naar
Fiji
vloog.
En toen
was het
zo ver.
Reisbestemming
de Fiji
Eilanden
in de
Stille
Zuidzee:
PARADIJS!
Het
paradijsgevoel
begint
al in
Los
Angeles
bij de
balie
van Air
Pacific,
de
vliegtuigmaatschappij
van
Fiji. De
van
nature
bruin
getinte
medewerksters
dragen
allen
een
exotisch
bloemetje
in het
haar.
Het
bloemetje
kan niet
verwelken,
maar dat
doet
niets af
aan de
optiek.
In het
vliegtuig
worden
we
verwelkomd
met
liefelijke
Stille
Zuidzee-muziek,
zoiets
als die
van de
Kilima
Hawaiians
uit de
jaren
vijftig.
De
service
aan
boord is
beter
dan
best. We
krijgen
zelfs
een
champagne-ontbijt,
een luxe
die ik
in de
lucht
nog niet
eerder
heb
mogen
meemaken.
En dan
te
bedenken
dat de
echte
luxe in
de
vakantiedorpen
met
uitgebreide
buffetten,
welvoorzien
bars en
koraalriffen
om te
snorkelen
nog moet
komen.
Geen
wonder
dat heel
wat
passagiers
zich
bewust
zijn van
het
schrijnende
verschil
met de
bevolking
van
Fiji,
van wie
de helft
beneden
de
armoedegrens
leeft.
Om het
slechte
geweten
van deze
mensen
te
sussen,
draagt
Air
Pacific
een
passende
oplossing
aan. De
stewardessen
delen in
het
vliegtuig
aan de
passagiers
enveloppen
uit waar
overgebleven
munten,
bij
voorkeur
euro- en
dollar-muntstukken,
in
gestopt
kunnen
worden
"ten
behoeve
van de
behoeftige
kinderen
op
Fiji".
Aan het
einde
van de
vlucht
wordt
via het
luidsprekersysteem
nog eens
op de
goede-doelenactie
gewezen
en
meegedeeld
dat
gevulde
enveloppen
aan één
van de
bemanningsleden
kunnen
worden
afgegeven.
Wat
zouden
jullie
doen,
beste
dorpsgenoten?
Juist,
ik deed
hetzelfde.
Bij het
verlaten
van het
vliegtuig
op Fiji
geurt
het in
de
slurf,
die het
toestel
met de
aankomsthal
verbindt,
naar
bloemen.
Niet in
de
aankomsthal
zelf,
"dus"
zijn ze
met een
spuitbus
in de
weer
geweest.
In de
aankomsthal
worden
we
verwelkomd
door een
groepje
van 4 in
een
soort
sarong
geklede
mannen
met een
bloem in
het haar
die
onder
begeleiding
van
gitaren
staan te
zingen.
En dat
's
morgens
om 6
uur! Ze
doen het
toch
maar.
Bijna
alle
passagiers
worden
op het
vliegveld
afgehaald
door
busjes
die hen
naar de
vakantiedorpen
brengen.
Enkele
nemen
een taxi
naar hun
hotel.
Bij de
bushalte,
slechts
300 m
van de
aankomsthal
verwijderd,
blijken
Coosje
en ik de
enigen
te zijn
die
gebruik
maken
van het
milieuvriendelijke
openbaar
vervoer.
Na 10
minuten
wachten
komt de
bus er
al aan.
Het is
een
voertuig
zonder
ramen.
Deze
zijn
niet
stuk of
vergeten
geplaatst
te
worden.
Zo is
het
ontwerp.
Heerlijk
luchtig
bij de
aangename
ochtendtemperatuur
van zo'n
25°.
Over de
hele
lengte
van de
bus
hangt
aan
beide
zijden
van het
dak een
opgerold
zeildoek
met
doorzichtige
plastic
ramen,
dat bij
regen
wordt
neergelaten.
En zo
toeren
wij drie
kwartier
onder
een
strak
blauwe
hemel
met
opkomende
zon door
het
liefelijke,
met
palmbomen
omzoomde
tropische
landschap
naar ons
eerste
onderkomen
met de
aansprekende
naam
Zeebries
Hotel.

Reisvriendin
Coosje
voor een
traditionele
hut op
Fiji
Op Fiji
wonen
ca.
800.000
mensen,
van wie
de helft
van
Indiase
afkomst.
In de 19e
eeuw
werden
hun
voorvaderen
door de
blanke
kolonisten
naar
Fiji
gehaald
om op de
plantages
te
werken.
De
mannen
van Fiji
werden
daarvoor
minder
geschikt
beschouwd.
Reden
genoeg
voor
etnische
spanningen
vandaag
de dag,
temeer
daar de
Indiërs
een
groot
deel van
de
handel,
winkels
en
vervoerbedrijven
in
handen
hebben.
Het zijn
nu
eenmaal
harde
werkers
met
initiatief.
Eind
2006 was
het weer
zover.
Het
leger
nam de
macht
over. De
baas van
het
leger,
Commodore
Bainimarama,
benoemde
zichzelf
tot
tussentijdse
minister-president
en enige
van zijn
kornuiten
tot
minister.
Doordat
Fiji nu
formeel
geen
democratie
meer is,
werd het
lidmaatschap
van de
Commonwealth
opgeschort.
Dat doet
een
beetje
pijn =
kost een
beetje
ontwikkelingshulp.
Je merkt
als
bezoeker
helemaal
niets
van dit
alles.
Alleen
heeft de
Commodore
ook het
behoud
van de
persvrijheid
beloofd.
De Fiji
Times,
een
gerespecteerde
krant
die in
1869
werd
opgericht,
drukt
heel
slim
elke dag
bovenaan
de
eerste
bladzijde
met
grote
letters:
"De
persvrijheid
zal
blijven,
heeft
Commodore
B.
beloofd".
Is dit
alles
wat
wennen
voor de
beide
Nederlandse
reizigers,
er zijn
gelukkig
ook
vertrouwde
elementen.
Zo kent
Fiji een
paspoortaffaire.
In
oktober
2007
werd de
uitgifte
van
paspoorten
gestaakt,
omdat ze
op
waren!
Een
nieuwe
oplage
van
20.000
stuks
werd pas
3
maanden
later
afgeleverd.
De sfeer
op Fiji
is heel
ontspannen.
De
mensen
hebben
een open
houding
tegenover
buitenlanders
en zijn
erg
beleefd.
Klinkt
het in
Nieuw
Balinge
om de
haverklap
"moi",
op Fiji
is het "bula,
bula"
(spreek
uit: "boela,
boela")
niet van
de
lucht,
zonder
commerciële
bijbedoelingen.
Wij doen
hier
ijverig
aan mee.
De
Soevereine
Democratische
republiek
Fiji,
zoals
het land
officieel
heet,
heeft
een zeer
traditionele
cultuur,
die maar
weinig
beïnvloed
wordt
door de
aanwezige
buitenlanders.
Die
blijven
het
liefste
onder
elkaar
in
geïsoleerde
vakantiedorpen
en
hebben
hun
eigen
drukke
dagprogramma
met
leuke
activiteiten.
De
bewoners
van Fiji
hebben
ook hun
eigen
dorpen,
maar met
afwijkende
spelregels.
Wanneer
je als
vreemdeling
een dorp
wilt
bezoeken,
dan
dient
dit met
de
nodige
respect
voor de
bewoners
te
gebeuren.
Dit
houdt in
dat je
bij
betreden
van het
dorp je
pet of
hoed
afzet,
ook je
zonnebril
en je
schoudertas
neem je
in de
hand.
Dames
dienen
fatsoenlijk
gekleed
te gaan,
hetgeen
daar
inhoudt
dat hun
schouders
en
knieën
bedekt
moeten
te zijn.
Nadat
dit
allemaal
geregeld
is, kun
je nog
niet
vrij
gaan
rondlopen.
Je dient
je bij
het
betreden
van een
dorp te
wenden
tot de
eerste
mannelijke
dorpeling
die je
tegenkomt,
en hem
te
verzoeken
je naar
de
hoofdman
te
brengen.
Aan deze
hoogwaardigheidsbekleder
verzoek
je
beleefd
toestemming
om zijn
dorp te
mogen
bezoeken.
Om hem
goedgunstig
te
stemmen,
bied je
hem een
presentje
aan in
de vorm
van b.v.
een
blikje
vis of
corned
beef.
Dit
alles
vergt
natuurlijk
wel
enige
tijd,
want er
moet wel
een
praatje
worden
gemaakt.
Hij wil
natuurlijk
weten,
waar je
vandaan
komt en
wat je
komt
doen.
Bij
sommige
dorpen
is het
gebruik
dat je
ook om
toestemming
moet
vragen
om het
dorp te
mogen
verlaten!
En denk
nu
s.v.p.
niet dat
Jur
overdrijft.

Ook op
Fiji is
Heineken
te koop,
made in
Holland!
Op
Eerste
Kerstdag
gingen
ongeveer
20
mensen
uit het
vakantiedorp
waar we
zaten,
ter
kerke in
het
naburige
dorp.
Bij het
vertrek
werden
we door
de
manager
van het
vakantiedorp
onder
toezicht
en
leiding
gesteld
van een
medewerker
die in
het dorp
woonde.
Na een
wandeling
door de
heuvels
van 30
minuten
kwamen
we bij
het dorp
aan.
Daar
werden
we door
onze
tijdelijke
groepsleider
gecontroleerd
op het
voldoen
aan de
kledingvoorschriften,
waarna
we met
z'n
allen
naar het
midden
van het
dorp
liepen.
Daar zat
de
hoofdman
in
kleermakerszit
onder
een
schaduwrijke
boom in
het
gras.
Alle
twintig
gaven we
hem een
hand en
wensten
hem "Bula
and a
Merry
Christmas".
De
kerkdienst
die door
veel
zang
werd
opgeluisterd,
duurde 2
uur. De
kinderen
zaten
niet bij
hun
ouders,
maar bij
elkaar
vóór in
de
kerk.
Het is
onder
deze
omstandigheden
niet
verwonderlijk
dat zij
wel eens
meer
belangstelling
voor
elkaar
hadden
dan voor
de
preek.
Daar was
de
kerkenraad
op
voorbereid.
Er liep
een
ouderling
met een
stokje
rond die
af en
toe een
kind dat
zich in
zijn
ogen
niet
betamelijk
gedroeg,
met een
flinke
tik tot
de orde
riep.
Aan de
andere
kant was
het een
komen en
gaan van
kerkgangers
gedurende
de hele
dienst.
Ons was
tevoren
gezegd,
dat het
niet
onbeleefd
was om
de
dienst
vroegtijdig
te
verlaten,
wanneer
het
teveel
(van het
goede)
werd. Je
verstond
er
tenslotte
geen
woord
van en
had er
zelfs
geen
notie
van,
waar de
preek
over
ging,
hoewel
je het
natuurlijk
wel kon
vermoeden
als je
over een
beetje
bijbelse
voorkennis
beschikte.
Na
afloop
van de
dienst
verlieten
de
volhouders
kerk en
dorp,
waarbij
onze
locale
leidsman
de
hekkensluiter
was om
te
voorkómen
dat
iemand
achterbleef.

In het
juli/augustus-nummer
van
KONTAKT
verschijnt
deel 2
dat
gewijd
zal zijn
aan het
bezoek
aan
Samoa.
|