|
Een
Nieuw-Balinger in de
Stille Zuidzee
(2)
Dorpsgenoot Jur
Huizenga maakte
afgelopen winter
samen met zijn
reisvriendin Coosje
een reis door de
Stille Zuidzee.
Hieronder volgt deel
2 van zijn verslag
dat over zijn bezoek
aan Samoa gaat.

Na 2 uur vliegen zet
het vliegtuig dat
vanuit Fiji
vertrokken was, zijn
wielen aan de grond
van het
internationale
vliegveld van Apia,
de hoofdstad van
Samoa. Het is 1 uur
's nachts. Wanneer
we midden in de
nacht op een
vliegveld landen, is
het onze gewoonte om
daar te wachten op
het daglicht. Neem
je in het holst van
de nacht een taxi,
dan is de kans niet
uitgesloten dat je
bagage of jij zelf
met bagage niet op
de plaats van
bestemming aankomt.
Bovendien zijn de
kleinere hotels waar
we logeren, meestal
familiebedrijven.
Iedereen slaapt daar
's nachts, het hek
zit op slot en je
kunt dus niet
binnenkomen. Of het
hotelletje is
volgeboekt. De
taxichauffeur kent
in zo'n situatie
altijd wel een
bevriend duur hotel
dat hem commissie
betaalt voor elke
afgeleverde gast,
welk bedrag
vervolgens bij de
kamerprijs wordt
opgeteld. Daar
voelen we dus
helemaal niets voor.
Je bent in zo'n
situatie aan de
heidenen
overgeleverd en dat
voelt niet goed.
Coosje en ik gaan
liever in
wisseldienst slapen
op een rij stoelen
of op de grond in
een hoekje van de
aankomsthal. We zijn
tenslotte uitgerust
met opblaasbaar
slaapmatje en een
slaapzak.
Het wordt licht om
06:00 uur en we
hoeven met onze
rugzakken maar 200 m
naar de bushalte te
lopen. Na 5 minuten
wachten komt de bus
er al aan. Net als
op Fiji is het een
kleurrijke
openluchtbus. De bus
zit echter stampvol
en we aarzelen, of
we wel zullen
instappen. Toch maar
doen, want de
volgende bus zal
waarschijnlijk nog
voller zijn. Tot
onze verrassing
stappen 2
jongemannen uit om
ongevraagd onze
rugzakken aan te
nemen en die onder
de voorste banken te
verstouwen. Het
blijkt later dat het
algemeen gebruik is
om elkaar te helpen
met bagage. Een zeer
sociaal volk, die
Samoanen. Vervolgens
worden er tot onze
verbazing vóórin de
bus 2 zitplaatsen
vrijgemaakt. Dat is
op Samoa
busetiquette,
leerden we later.
Ouderen en
buitenlanders
krijgen altijd een
zitplaats voorin de
bus. Oudere
buitenlanders (hum,
hum) dus helemaal.
Opstaan doet men uit
eigen beweging. Daar
is geen aanmoediging
van de chauffeur
voor nodig. Je hoeft
als buitenlander
geen slecht geweten
te hebben dat een
ander voor jou
opstaat. De 2
meisjes die voor ons
opstonden, gingen
namelijk bij andere,
wildvreemde dames
dwars op schoot
zitten! Wanneer een
dikke dame (en
daarvan lopen er op
de eilanden in de
Stille Zuidzee heel
wat van rond) een
volle bus instapt,
staat een dunnere
dame op, de dikke
gaat zitten en neemt
de dunne op schoot.
Meisjes gaan,
wanneer het zo
uitkomt, ook bij
mannen op schoot
zitten. Dit gebeurt
allemaal zonder dat
een woord gewisseld
wordt. Men maakt
geen uitnodigend
gebaar dat een
"zitplaats"
beschikbaar is en er
wordt na afloop geen
gebaar of woord van
waardering gegeven.
Het gebeurt allemaal
op een volstrekt
natuurlijke,
ongecompliceerde
wijze, alsof dit
gebruik in de genen
zit.
De bus waar we in
zitten, heeft een
houten opbouw, het
plafond zit prachtig
in de bootslak. Het
dashboard is ook
prachtig. Het wordt
namelijk opgesierd
door 2 brandende
rode lampjes, het
ene voor de oliedruk
en de andere voor de
remmen. Het gevaar
dat hiervan zou
kunnen uitgaan,
wordt geheel of
gedeeltelijk
gecompenseerd door 2
stickers met de
afbeelding van Jezus
die de beide
dashboard-klokken
bijna geheel
bedekken. De
voorruit is slechts
70 cm hoog om
zoninstraling te
voorkómen. De
bovenste 30 cm is
afgeplakt met
zonwerende folie. De
chauffeur zit
voorover gebogen op
zijn stoel om onder
de folie door te
kunnen kijken. Zijn
uitzicht wordt
verder niet beperkt
door ruitenwissers,
want die ontbreken.
Zachtmoedige Samoa
popmuziek (geen
techno o.i.d.)
klinkt op volle
sterkte uit de
luidsprekers. Een
sfeervol begin van
ons bezoek aan Samoa.
Met een taxirit
midden in de nacht
hadden we dit
allemaal moeten
missen.
Na enige dagen
vertrekken we met de
bus naar Lalomanu,
een minidorpje aan
de oostkust van het
eiland. Een rit van
ruim 2 uur. We
stappen op het
hoofdbusstation in.
Om ook andere
passagiers te kunnen
oppikken, rijdt de
bus naar een
nevenbusstation op
ca. 1 km afstand.
Daarna rijden we tot
onze verrassing
terug naar het
hoofdbusstation om 5
minuten te wachten
op nieuwe
passagiers. We
vertrekken weer,
maar na een
ogenschijnlijk
willekeurig rondje
van 10 minuten
rijden door de
binnenstad koerst de
bus nog een keer op
het hoofdbusstation
aan in de kennelijke
hoop op nog meer
passagiers. Die
blijken er inderdaad
te zijn. De bus is
langzamerhand zo vol
geworden dat de
passagiers gaan
stapelen, dus is het
tijdstip aangebroken
om de rit echt te
beginnen. Niemand
van de passagiers
maakt over de
afgelegde omwegen
een opmerking,
niemand moppert,
tijdens de busrit
wordt onderling geen
woord gewisseld.
Tijdloos geduld op
Samoa.
We rijden de stad
uit en stoppen bij
een benzinestation.
Echter niet om te
tanken, maar om de
passagiers
gelegenheid te
bieden in de
supermarkt ernaast
inkopen te doen.
Vrijwel alle
passagiers maken van
deze faciliteit
gebruik en keren
terug met zakken vol
brood en andere
levensmiddelen. In
het deel van het
eiland dat we
bezoeken, zijn de
dorpen klein en
slechts voorzien van
levensmiddelenkiosken
met een beperkt
assortiment aan
duurzame
levensmiddelen zoals
vis in blik, Cola en
tandpasta. De
busmaatschappij
biedt dus extra
service.
In Lalomanu
aangekomen, nemen we
ons intrek in het
Litia Sini Resort.
Ons onderkomen
bestaat een
traditionele houten
hut van 4 bij 4
meter met een
veranda, gebouwd op
palen en met een dak
van gedroogde
palmbladeren.

Coosje met 2 agenten
in uniform op Samoa.
Het slapen vindt
plaats op een dunne
schuimrubber matras,
dat op een
gevlochten rieten
mat ligt die de hele
vloer van de hut
bedekt. Er staan ca.
20 van dergelijke
hutjes op een rij.
Elke hut heeft vrij
uitzicht op de
Stille Zuidzee. De
vloedlijn bevindt
zich op slechts 25 m
van de hutten, die
dus niet bestand
zijn tegen een
tsunami. Maar wat
belangrijker is, de
koraalbanken liggen
maar 50 m verder.
Het water is
kristalhelder, heeft
een aangename
temperatuur van ca.
25 graden en vormt
het leefgebied van
talrijke tropische
vissoorten met grote
variatie in vorm en
kleur. Ideaal voor
snorkelaars. Elke
ochtend om 6:15 uur
dobber ik dan ook al
met masker en
luchtpijp in het
water om mij te
verwonderen over de
wonderbaarlijke
schoonheid van de
natuur. Kom je uit
het water, dan is
het geen bibberen
geblazen, want het
wordt zelden
"kouder" dan 25
graden. Overdag
stijgt de
temperatuur naar 30
- 32 graden zodat ik
de hele dag in mijn
sportbroek en op
blote voeten loop.
Ook voor de
inwendige mens wordt
hier uiteraard goed
gezorgd. De
nachtrust wordt niet
verstoord door het
gezoem van muggen,
maar harmonisch
begeleid door het
geruis van het
breken van golven op
de koraalbanken. Een
stukje paradijs
zoals ik mij de
Stille Zuidzee
altijd heb
voorgesteld. Ik ben
en voel mij
bevoorrecht om dit
te mogen beleven.
In het
september-nummer van
KONTAKT verschijnt
deel 3 met een
verslag van het
bezoek aan het
koninkrijk Tonga.
|