|
Een Nieuw-Balinger
in de Stille Zuidzee
(3)
Afgelopen winter
heeft dorpsgenoot
Jur Huizenga samen
met zijn
reisvriendin Coosje
een reis van 2
maanden door de
Stille Zuidzee
gemaakt. Aansluitend
heeft hij in z’n
eentje nog 3 maanden
door India getoerd.
Voor de lezers van
KONTAKT doet hij in
4 delen verslag van
zijn ervaringen.
Onderstaand volgt
deel 3 met een
verslag van zijn
bezoek aan het
koninkrijk Tonga.
De ontvangst op het
vliegveld van de
hoofdstad van Tonga,
een van de parels
van de Stille
Zuidzee, is
allesbehalve
gastvrij. Werden we
op Fiji ’s morgens
vroeg om 5 uur
ontvangen met zang
en gitaarspel,
krijgen op Tahiti
alle bezoekers een
bloem in de hand
gedrukt, op Tonga
moeten we allemaal
langs de hash-hond.
Een politiewagen met
nog 2 honden staat
ernaast. Heb je
eenmaal deze
vuurproef met
gunstig gevolg
doorstaan, dan ben
je in het paradijs.
Geen vervuilende
industrie en grote
aantallen auto’s.
Hier wordt
regenwater van de
daken in tonnen
opgevangen en dan
ongezuiverd
gedronken. Waar vind
je dat nog op Aarde?

Binnenlands
vliegtuig in Tonga
Een tweede in het
oog springend
kenmerk van Tonga is
de totale
afwezigheid van
haast en
civilisatie-geluiden.
Het is op de
eilanden rustiger en
stiller dan in Nieuw
Balinge op
zondagochtend 8 uur.
Tijd speelt hier
geen rol, wachten
dus ook niet. Het
enige dat op tijd
begint, is de
kerkdienst op
zondagochtend.
De afwezigheid van
jachtig zakenleven
komt ook tot uiting
in de
sluitingstijden van
de winkels: ’s
middags om 4:30 uur.
Het hoofdpostkantoor
in de hoofdstad
sluit zijn deuren al
om 4:00 uur. Daarna
zijn de straten
uitgestorven.
Koopzondagen kent
men hier ook niet.
Elke zakelijke
activiteit is op de
eerste dag van de
week taboe. Zelfs
het landen en
opstijgen van
vliegtuigen is dan
niet toegestaan, ook
niet voor
internationale
vluchten.
Zaterdagavond om
klokslag 24:00 uur
sluiten de bars en
nachtclubs voor
zover ze bestaan,
hun deuren.
99 Procent van de
bevolking is bij een
christelijke kerk
aangesloten. Men
gaat op zondag
geheel in het wit
gekleed ter kerke.
De dames dragen
zwierige jurken met
grote witte hoeden.
Het is echt
modeshow. Om de
mensen voldoende
tijd te gunnen om
zich op de kerkgang
voor te bereiden,
wordt in het dorp
waar we vertoeven,
’s morgens al om
4:30 uur de
dorps-trom geroerd
en de kerkklok
geluid. Dat wordt
tot het begin van de
kerkdienst om 10:00
uur een aantal malen
herhaald. Omdat
Coosje en ik niet
uit de toon willen
vallen, had zij een
witte lange broek en
ik een wit overhemd
meegenomen. Helaas
was er in haar
rugzak geen ruimte
voor een hoed.
Jammer.
En wat eet men zoal
in het paradijs?
Onbespoten,
zongerijpte papaja,
banaan, ananas,
watermeloen, zoete
aardappel, cassave,
kokosnoot en verse
vis die je meestal
slechts enkele uren
na de vangst op je
bord aantreft. Zo’n
kwaliteit vis,
dankzij versheid en
schoon zeewater,
vind je in Nederland
niet. Verder wemelt
het hier van de
speenvarkens die
overal vrij
rondlopen, ook op
straat, dus met het
EKO-keurmerk op de
rug. En dan zijn we
bij een
hoofdprobleem van
het paradijs
aangekomen. Waar de
zon schijnt, is
immers ook schaduw.
Waaruit bestaat b.v.
het
standaard-ontbijt
van een
doorsnee-toerist?
Getoast brood
gebakken van meel
uit Australië (AUS),
boter uit
Nieuw-Zeeland (NZ),
kaas uit AUS, jam
uit China,
theezakjes uit NZ,
oploskoffie uit
Indonesië,
melkpoeder uit NZ en
rietsuiker uit Fiji.
Als dessert
uiteraard een
paradijselijke
appel, maar die komt
wel uit NZ. Ik
overdrijf niet. Zo
gaat van elke euro
of dollar die een
toerist op Tonga
uitgeeft, meer dan
de helft terug naar
het buitenland voor
de import van
levensmiddelen waar
de toerist
klaarblijkelijk niet
buiten kan.

Jur voor een
kapsalon in Tonga
Op Tonga wordt ook
bier gebrouwen,
waarvoor de
koninklijke
brouwerij de hop en
malt invoert. Maar
de smaak van het
bier met de merknaam
Zeearend is niet
constant en volgens
kenners vaak niet
goed, vandaar dat
vele liefhebbers van
gerstenat de
voorkeur geven aan
….. jawel,
Heineken. Het komt
echt uit Nederland,
staat op de doos,
dus van de andere
kant van de aardbol.
Dat is pas
wereldeconomie waar
je wat aan hebt! Een
flesje kost in de
winkel omgerekend
maar € 1,40 en in de
bar € 2,00. Hoe
bestaat het, vraag
je je af. En wat
dronken Coosje en
ik? Zeearend
uiteraard, want we
zijn op Tonga om de
plaatselijke
economie te steunen
én dit merk is
bovendien goedkoper
dan Heineken.
Tegen deze
economische
achtergrond is het
niet verwonderlijk
dat er op Tonga
grote werkloosheid
heerst en er meer
Tongans in het
buitenland wonen dan
in het koninkrijk
zelf (100.000). De
geëmigreerde Tongans
sturen geld naar hun
achtergebleven
familieleden en dat
houdt de economie
een beetje
draaiende. De
economische
narigheid wordt nog
vergroot door
corruptie en een
overdreven groot
ambtenarenapparaat.
Alle landen in de
Stille Zuidzee
hebben hier trouwens
mee te kampen. De
achterblijvers zijn
ook niet helemaal
tevreden met de
politieke situatie.
Er heersen hier nog
middeleeuwse
toestanden, waarbij
de koning absoluut
heerser is, dus kan
doen wat hij wil.
Eind 2006 hebben er
ernstige onlusten in
Tonga
plaatsgevonden,
waarbij naar mijn
schatting een derde
van de binnenstad
verwoest werd. Het
puin is intussen
opgeruimd, maar de
stad ziet er nog uit
alsof er oorlog
geweest is. Het volk
wil hervormingen,
maar de koning met
zijn politieke
vrienden voelen,
zoals dat meestal
gaat, daar maar
weinig voor en
passen
vertragingstactiek
toe.
Zijn er ook zaken
waarin Tonga
uitblinkt? Jazeker.
Zowel op Tonga als
in Fiji en Samoa
zijn de mannen groot
en fors gebouwd, zeg
maar 1,90 m en 90
kg. Ze zijn met deze
maten voorbestemd om
rugby te spelen en
dat is dan ook
de
sport in de Stille
Zuidzee. Ze doen dat
erg goed. Op het
wereldkampioenschap
rugby vorig jaar
werden hoge ogen
gegooid.
Verder werd Miss
Tonga ondanks
bikkelharde
concurrentie gekozen
tot Miss Stille
Zuidzee 2007-2008.
Een feit dat o.a.
gevierd werd met
spandoeken die over
de straat waren
gespannen.
We vertrekken ’s
avonds om 6:00 uur
met de veerboot
Pulupaki, een
Chinees afdankertje,
naar Pangai, een
klein havenstadje op
een van de eilanden.
De dienstregeling
belooft dat we daar
om 12:00 uur ’s
nachts aankomen. De
boot vaart maar één
keer per week en de
eilanden zijn voor
hun bevoorrading
geheel van deze
veerdienst
afhankelijk. Zo
wordt benzine en
olie in vaten van
200 l op het
scheepsdek vervoerd.
Als gevolg van de
ruwe zee loopt de
zeereis wat
vertraging op en bij
het naderen van de
haven van Pangai
blijkt er een ander
schip nog aan de
enige kade te
liggen, zodat al met
al het ontschepen
pas om 5 uur ’s
morgens begint. Maar
niemand die zich
daarover beklaagd.
En wat gebeurt er
zoal aan boord van
zo’n veerboot? Eten
en slapen! We
reisden dek klasse,
hetgeen inhoudt dat
je geen hut (die
waren er trouwens
ook niet), bank of
stoel hebt, maar op
een matje of doek op
de grond zit of
ligt. Aan het begin
van de reis zit
iedereen op de grond
en zorgt men
uitvoerig voor de
inwendige mens.
Tongans zijn zeer
sociale mensen en
delen het voedsel
dat zij hebben, met
anderen. Wij kregen
elk 2 grote stukken
gekookte zoete
aardappel met een
Tonga saucijs in de
hand gedrukt.
Smaakte prima. Een
familie had een
grote picknick mand
van gevlochten
palmblad bij zich
met 2 hele gegrilde
speenvarkens erin.
Pa sneed met een
groot mes flinke
hompen vlees met
bijbehorende
vetranden af en
deelde die uit.
Coosje kreeg ook een
homp aangeboden. Ik
had de bui zien
aankomen en was
daarom een stukje
gaan wandelen op het
dek. Een grapje in
Tonga luidt dat
buitenlanders eten
tot zij vol zitten
en Tongans tot zij
moe zijn. Het is
werkelijk
ongelooflijk om te
zien wat zij
allemaal niet naar
binnen proppen. Geen
wonder dat
overgewicht ook hier
een nationaal
probleem vormt.
Na de eetsessie
wordt Coosje door
een vriendelijke
Tonga dame van
formaat uitgenodigd
om op haar matje te
komen slapen. Even
later liggen beide
dames gezusterlijk
naast elkaar onder
een fraai bedrukt
laken.
|